Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , moeder verzoeker.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van hun huurwoning opschort. De rechtbank constateert dat sprake is van een bedreigende situatie, aangezien een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en de ontruiming gepland staat.
De rechtbank weegt het belang van verzoekers, die in de woning willen blijven en het schuldhulpverleningstraject willen voortzetten, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Verzoekers hebben aangetoond dat zij voldoende inkomen genereren om de lopende huurtermijnen te voldoen, en de huur van mei, juni en juli 2024 is tijdig betaald.
Daarom wordt het moratorium toegewezen voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig worden voldaan. Tevens wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk verklaard. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
De rechtbank bepaalt dat schuldhulpverlening uiterlijk twee weken voor het aflopen van de voorziening verslag uitbrengt. Verweerster heeft geen verweer gevoerd. Het vonnis is uitgesproken door rechter B.A. Cnossen op 3 juli 2024.
Uitkomst: Moratorium van zes maanden toegewezen en ontruiming van huurwoning opgeschort onder voorwaarde tijdige huurbetaling.