Verzoeker heeft een voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. Hij verkeert in financiële problemen door beslagen op zijn salaris en heeft een stabilisatieovereenkomst getekend bij schuldhulpverlening. Sinds april 2024 staat hij onder budgetbeheer en worden de huurtermijnen tijdig betaald.
Verweerster betwist het verzoek vanwege eerdere betalingsachterstanden en twijfels over toekomstige betaling. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie door de aangekondigde ontruiming en weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren.
De rechtbank acht aannemelijk dat de lopende huurtermijnen betaald worden en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject doorgang kan vinden. Daarom wordt de voorlopige voorziening onder voorwaarden toegewezen voor zes maanden, waarbij de huurovereenkomst wordt verlengd. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek later.