Verzoeker heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvermogen zijn schulden te voldoen. De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek op 5 juni 2024 en stelde de uitspraak op 12 juni 2024.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker zich in een toestand bevindt waarin hij is opgehouden met betalen en niet kan voortgaan met betaling van zijn schulden. Hoewel een groot deel van de schulden binnen drie jaar is ontstaan en niet te goeder trouw zijn, is op grond van artikel 288, derde lid Faillissementswet vastgesteld dat verzoeker de omstandigheden die tot de schulden leidden onder controle heeft gekregen. Verzoeker heeft zijn onderneming op 10 juli 2023 beëindigd en laat geen nieuwe schulden ontstaan. Zijn financiën worden beheerd door een budgetbeheerder, wat heeft geleid tot een stabiele financiële situatie.
De rechtbank is bevoegd de procedure te behandelen op grond van het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland. De schuldsaneringsregeling wordt toegewezen met een termijn van achttien maanden, ingaande 12 juni 2024 en eindigend op 12 december 2025. Tevens is een rechter-commissaris benoemd en een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder toegekend. De bewindvoerder krijgt last tot het openen van aan verzoeker gerichte post.