ECLI:NL:RBROT:2024:6730
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afsluiten melding Wmo 2015
Verzoekster heeft een melding gedaan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) voor respijtzorg gedurende de eerste drie weken van augustus 2024. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze melding op 4 juni 2024 afgesloten. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze afsluiting en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 juli 2024 behandeld en het onderzoek geschorst om het college in de gelegenheid te stellen nader onderzoek te doen naar de ondersteuningsbehoefte van verzoekster. Dit onderzoek is op 11 juli 2024 per aangetekende post verstuurd, maar verzoekster gaf aan dit niet te hebben ontvangen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het afsluiten van een melding geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat verzoekster geen aanvraag heeft ingediend en het college geen besluit heeft genomen, is het bezwaar naar verwachting niet-ontvankelijk. Er is daarom geen aanleiding voor een voorlopige voorziening en het verzoek wordt afgewezen.
De uitspraak bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Verzoekster kan nog wel akkoord gaan met het ondersteuningsverslag waarna het college een besluit kan nemen, maar dat besluit is niet onderwerp van deze procedure.
Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het afsluiten van de melding Wmo 2015 wordt afgewezen.