Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan dertien schuldeisers, waarbij twaalf schuldeisers instemden, maar Esso Kanaalweg weigerde mee te werken vanwege een vordering van €216,43 en het standpunt dat de schuld niet te goeder trouw is ontstaan.
De rechtbank beoordeelde of Esso in redelijkheid tot weigering kon komen, waarbij werd meegewogen dat de vordering van Esso slechts een klein deel van de totale schuld uitmaakt en dat het voorstel door een onafhankelijke partij was getoetst en goed gedocumenteerd was.
Verzoeker beschikt niet over betaald werk en ontvangt een Participatiewet-uitkering; hij wordt beschermd door bewindvoering en heeft geen nieuwe schulden gemaakt. De rechtbank vond dat het aangeboden akkoord het uiterste is wat redelijkerwijs van verzoeker kan worden verwacht.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van Esso en heeft Esso bevolen in te stemmen met de schuldregeling. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.