ECLI:NL:RBROT:2024:6794
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J.M. de Grave
- M.G.L. de Vette
- J. Fransen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling subsidie en terugvordering wegens niet-naleving prestatieafspraken sport- en cultuuraanvragen
Eiseres ontving voor 2021 een subsidie voor sport- en cultuuraanvragen en organisatiekosten. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam stelde de subsidie vast op een lager bedrag dan verleend en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug, omdat niet aan de prestatieafspraken was voldaan en een deel van de organisatiekosten niet was besteed.
Eiseres betwistte de lagere vaststelling en terugvordering, stellende dat de subsidie conform de doelstellingen was besteed en dat zij geen invloed had op het aantal gehonoreerde aanvragen. Ook voerde zij aan dat terugvordering onevenredig was gezien haar zwakke liquiditeitspositie. De rechtbank oordeelde dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om de subsidie lager vast te stellen en dat de terugvordering niet onevenredig is, mede omdat eiseres geen bewijs leverde van haar financiële situatie.
De rechtbank constateerde echter dat het college onjuiste bedragen had gebruikt bij de vaststelling van de organisatiekosten, waardoor het teruggevorderde bedrag te hoog was. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit voor wat betreft de hoogte van de subsidievaststelling en terugvordering en stelde zij zelf de subsidie vast op € 2.314.411,- en beperkte de terugvordering tot € 183.589,-. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: De subsidie wordt vastgesteld op € 2.314.411,- en de terugvordering beperkt tot € 183.589,-.