ECLI:NL:RBROT:2024:6854
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving medewerkingsplicht
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de intrekking van haar bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De uitkering werd ingetrokken omdat verzoekster zonder bericht niet is verschenen op afspraken en niet de gevraagde informatie heeft verstrekt, waardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand.
Verzoekster stelde dat zij vanwege medische beperkingen moeite had met het afhandelen van post en dat zij met haar oude klantmanager had afgesproken dat zij telefonisch zou worden geïnformeerd over afspraken. Dit was volgens haar niet nageleefd door de nieuwe klantmanager. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster dit niet aannemelijk had gemaakt en dat het verzuim niet binnen de gestelde termijn was hersteld.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster niet had voldaan aan de medewerkingsplicht zoals bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet. Daarom was de intrekking van de bijstandsuitkering per 5 juni 2024 terecht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er was geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens niet-naleving van de medewerkingsplicht wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.