ECLI:NL:RBROT:2024:6890
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer na snelheidsovertreding
Eiser maakte bezwaar tegen de door het CBR opgelegde Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) naar aanleiding van een snelheidsovertreding op 15 september 2023, waarbij hij 167 km/u reed op een weg met een maximumsnelheid van 100 km/u. Het CBR handhaafde het besluit na bezwaar. De rechtbank behandelde het beroep op 23 mei 2024 en concludeerde dat het CBR terecht een EMG heeft opgelegd op grond van artikel 131 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 14 van Pro de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011.
Eiser voerde aan dat er geen sprake was van slingerend rijgedrag of andere gedragingen die een EMG rechtvaardigen, en dat de maatregel onevenredig was vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en het feit dat hij voor zijn werk en omgang met zijn dochter afhankelijk is van zijn rijbewijs. De rechtbank oordeelde dat een eenmalige ernstige snelheidsovertreding voldoende grondslag is voor een EMG en dat de wetgever dit expliciet heeft geregeld. Het evenredigheidsbeginsel kon hier niet worden toegepast omdat de wettelijke bepaling dwingend is.
De rechtbank stelde vast dat de EMG geen straf is maar een maatregel gericht op verkeersveiligheid en dat de gevolgen voor eiser niet onredelijk bezwarend waren. Eiser kreeg het griffierecht niet terug en ook geen proceskostenvergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en het CBR mocht de EMG opleggen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de oplegging van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer is ongegrond verklaard.