ECLI:NL:RBROT:2024:6986

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juli 2024
Publicatiedatum
29 juli 2024
Zaaknummer
11009880
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 237 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijke huurprijswijzingsbepaling en afwijzing vordering verhuurder

In deze zaak vordert Birds Residential Coöperatief U.A. een huurprijsverhoging van haar huurder, maar de kantonrechter oordeelt dat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is en daarom vernietigd moet worden. Dit betekent dat het beding geacht wordt nooit te hebben bestaan en dat alle huurverhogingen komen te vervallen. De huurprijs die partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen, blijft derhalve ongewijzigd.

Birds heeft aangevoerd dat zij de huur steeds met het wettelijk maximum heeft verhoogd, maar dit verweer faalt omdat het niet relevant is of het oneerlijke beding daadwerkelijk is toegepast. Het gaat erom dat het beding het evenwicht tussen verhuurder en huurder verstoort op het moment van het aangaan van de overeenkomst. Alleen indien Birds kan aantonen dat gedurende minimaal drie jaar een andere consistente systematiek van huurverhoging is gehanteerd, zou het beding mogelijk niet vernietigd worden. Dit is niet gesteld.

De kantonrechter wijst daarom de vordering van Birds af wegens gebrek aan grondslag. Birds erkent zelf dat hierdoor een huurvoorstand is ontstaan van € 1.576,37 tot en met juni 2024. Daarnaast wordt Birds veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde op nihil worden vastgesteld omdat deze niet is verschenen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van eerlijke huurprijswijzingsbedingen en bevestigt dat het gebruik van een oneerlijk beding leidt tot vernietiging en het vervallen van alle daarop gebaseerde huurverhogingen.

Uitkomst: De vordering van Birds wordt afgewezen en het oneerlijke huurprijswijzingsbeding vernietigd, waardoor de oorspronkelijke huurprijs blijft gelden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11009880 CV EXPL 24-8262
datum uitspraak: 23 juli 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
de coöperatie
Birds Residential Coöperatief U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.L.B. Hundscheidt te Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te Schiedam,
gedaagde,
die niet is verschenen.
Partijen worden hierna ‘Birds’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 28 mei 2024 en de processtukken die daarin zijn genoemd;
  • de akte van Birds van 19 juni 2024.

2.De verdere beoordeling

Alle huurverhogingen komen te vervallen
2.1.
In het tussenvonnis is al geoordeeld dat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is. Als een huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is, dan heeft dat tot gevolg dat de kantonrechter deze bepaling moet vernietigen. Dat betekent dat de huurprijswijzigingsbepaling geacht wordt er nooit te zijn geweest. Dit leidt ertoe dat alle huurverhogingen komen te vervallen en dat de huurprijs die partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen altijd is blijven gelden. Dat is in deze zaak dus ook het uitgangspunt.
2.2.
Birds heeft nog de gelegenheid gekregen om uit te leggen wat zij wil zeggen met het lijstje met bedragen dat zij voorafgaand aan het tussenvonnis heeft overgelegd. Birds heeft vervolgens in haar akte gesteld dat zij de huur steeds heeft verhoogd met het wettelijk maximum. Zij heeft nog steeds niet gesteld wat zij daarmee wil zeggen. Voor zover zij heeft bedoeld te zeggen dat deze huurverhogingen rechtsgeldig hebben plaatsgevonden, slaagt dat betoog niet. Het is namelijk niet van belang of Birds van het oneerlijke beding al dan niet gebruik heeft gemaakt. Bepalend is of de bepaling het evenwicht tussen de verhuurder en de huurder verstoort. Dit moet worden beoordeeld naar het moment waarop partijen de overeenkomst zijn aangegaan. Het feit dat Birds zichzelf de bevoegdheid heeft gegeven om de huur jaarlijks met de CPI + maximaal 5% te verhogen, kan het evenwicht dus al verstoren, ongeacht of zij daadwerkelijk van die mogelijkheid gebruik heeft gemaakt. [1] Alleen wanneer Birds kan aantonen dat gedurende een periode van minimaal drie jaar consequent een consistente andere systematiek van huurprijsverhoging is gehanteerd bestaat aanleiding om geen consequenties te verbinden aan het oneerlijke beding in de huurovereenkomst. De enkele omstandigheid dat Birds het wettelijk maximum heeft gehanteerd gedurende een aantal jaar is onvoldoende reden voor een dergelijke conclusie.
De vordering van Birds wordt afgewezen
2.3.
De conclusie van het voorgaande is dat de oorspronkelijk afgesproken huurprijs is blijven gelden. Birds heeft in haar akte zelf al gesteld dat dit ertoe leidt dat er sprake is van een huurvoorstand ten bedrage van € 1.576,37 berekend tot en met de maand juni 2024. Dit betekent dat de vorderingen van Birds worden afgewezen, omdat deze ongegrond voorkomen (artikel 139 Rv Pro).
Birds moet de proceskosten betalen
2.4.
Birds moet de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). Deze kosten worden aan de kant van [gedaagde] vastgesteld op nul, omdat zij niet is verschenen in deze procedure.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van Birds af;
3.2.
veroordeelt Birds in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nul.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en in het openbaar uitgesproken.
33394

Voetnoten

1.Hof van Justitie van de Europese Unie 21 april 2016, ECLI:EU:C:2016:283 (Radlinger), r.o. 92-101