Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 28 mei 2024 en de processtukken die daarin zijn genoemd;
- de akte van Birds van 19 juni 2024.
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Birds Residential Coöperatief U.A. een huurprijsverhoging van haar huurder, maar de kantonrechter oordeelt dat het huurprijswijzigingsbeding in de huurovereenkomst oneerlijk is en daarom vernietigd moet worden. Dit betekent dat het beding geacht wordt nooit te hebben bestaan en dat alle huurverhogingen komen te vervallen. De huurprijs die partijen bij het sluiten van de overeenkomst zijn overeengekomen, blijft derhalve ongewijzigd.
Birds heeft aangevoerd dat zij de huur steeds met het wettelijk maximum heeft verhoogd, maar dit verweer faalt omdat het niet relevant is of het oneerlijke beding daadwerkelijk is toegepast. Het gaat erom dat het beding het evenwicht tussen verhuurder en huurder verstoort op het moment van het aangaan van de overeenkomst. Alleen indien Birds kan aantonen dat gedurende minimaal drie jaar een andere consistente systematiek van huurverhoging is gehanteerd, zou het beding mogelijk niet vernietigd worden. Dit is niet gesteld.
De kantonrechter wijst daarom de vordering van Birds af wegens gebrek aan grondslag. Birds erkent zelf dat hierdoor een huurvoorstand is ontstaan van € 1.576,37 tot en met juni 2024. Daarnaast wordt Birds veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagde op nihil worden vastgesteld omdat deze niet is verschenen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van eerlijke huurprijswijzingsbedingen en bevestigt dat het gebruik van een oneerlijk beding leidt tot vernietiging en het vervallen van alle daarop gebaseerde huurverhogingen.
Uitkomst: De vordering van Birds wordt afgewezen en het oneerlijke huurprijswijzingsbeding vernietigd, waardoor de oorspronkelijke huurprijs blijft gelden.