ECLI:NL:RBROT:2024:6993

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
29 juli 2024
Zaaknummer
11170991 VV EXPL 24-321
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 juncto Art. 444 RvArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekvonnis tot ontruiming en betaling huurachterstand met incassokosten

In deze kort geding procedure vordert eiser de ontruiming van een woning in Rotterdam en betaling van een huurachterstand van €11.140,00, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. Gedaagden zijn niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend.

De kantonrechter stelt vast dat sprake is van een langdurige en substantiële huurachterstand van meer dan 16 maanden. Gezien deze tekortkoming acht de rechter het gerechtvaardigd om vooruit te lopen op een bodemprocedure en de ontruiming te gelasten. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen na betekening van het vonnis.

Daarnaast worden de incassokosten van €1.081,01 toegewezen, omdat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan. Gedaagden worden ook hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.064,81. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.

De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is in het openbaar uitgesproken door mr. Th. Veling.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van huurachterstand, incassokosten en proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11170991 VV EXPL 24-321
datum uitspraak: 26 juli 2024
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eiser,
gemachtigde: mr. K.L. Meijer te Beverwijk,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2],
beiden wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagden,
die niet zijn verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 juli 2024;
  • de 9 producties van eiser.
1.2.
Op 19 juli 2024 is de zaak tijdens een zitting met eiser en mr. K.L. Meijer besproken. Gedaagden zijn niet verschenen.

2.De vordering

Eiser vordert – kort gezegd – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk te veroordelen:
  • de woning gelegen aan de [adres] , 1e verdieping, in Rotterdam te ontruimen en het in goede staat, zonder gebreken en vrij van schade en verder geheel ontruimd en behoorlijk schoongemaakt, onder afgifte van alle sleutels aan eiser op te leveren, zo nodig met behulp van de sterke arm;
  • tot betaling van een bedrag van € 11.140,00, te verhogen met € 1.081,01 aan wettelijke incassokosten en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
  • in de kosten van het geding.

3.De beoordeling

3.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de niet verschenen gedaagden verstek wordt verleend.
3.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van eiser volgt dat deze spoed aanwezig is, ook ten aanzien van de geldvorderingen.
3.3.
Het is voldoende aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagden worden veroordeeld om het gehuurde te ontruimen. Er is al jarenlang sprake van een structurele en substantiële huurachterstand, die op dit moment € 11.140,- (meer dan 16 maanden huur) bedraagt. Gezien deze tekortkoming van gedaagden is het gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op de beslissing in een bodemprocedure en gedaagden te veroordelen het gehuurde te ontruimen.
3.4.
De vorderingen met betrekking tot de ontruiming van het gehuurde en de betaling van de huurachterstand en de wettelijke rente daarover komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor (artikel 139 Rv Pro) en worden toegewezen zoals hierna vermeld. De ontruimingstermijn wordt bepaald op 14 dagen na de betekening van dit vonnis.
3.5.
De wet geeft aan de deurwaarder de bevoegdheid om een gedwongen ontruiming uit te voeren (artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 juncto Pro artikel 444 Rv Pro). Daarbij kan de deurwaarder de hulp van politie en justitie inroepen. Een aparte beslissing op dit punt is niet nodig.
3.6.
De incassokosten van € 1.081,01 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
3.7.
Gedaagden moeten de proceskosten van eiser betalen, omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten op:
- dagvaarding € 138,81
- griffierecht € 248,00
- salaris gemachtigde € 543,00
- nakosten
€ 135,00
Totaal € 1.064,81
Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat eiser dat vordert (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

4.De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:
4.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden;
4.2.
veroordeelt gedaagden om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, de woning gelegen aan de [adres] , 1e verdieping, te Rotterdam met de zijne en de zijnen te ontruimen en het gehuurde in goede staat, zonder gebreken en vrij van schade en verder geheel ontruimd en behoorlijk schoongemaakt, onder afgifte van alle sleutels aan eiser op te leveren;
4.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser
te betalen een bedrag van € 11.140,00, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van
artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van algehele
voldoening;
4.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser
te betalen een bedrag van € 1.081,01 aan wettelijke incassokosten;
4.5.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk in de proceskosten van € 1.064,81, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe; als gedaagden niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis wordt betekend, moeten gedaagden ook de kosten van betekening betalen;
4.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken.
775