Uitspraak
[verdachte] ,
Beschuldiging
Bewijs
Verboden gedragingen en strafbaarheid
Straf
Beslissingen
gevangenisstraf van voor de duur van 14 (veertien) maanden;
- verklaart verbeurd als bijkomende straf;
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 29 maart 2024 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die wordt beschuldigd van het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 9 kilo cocaïne. Het feit vond plaats op of omstreeks 20 december 2023 in Rotterdam en werd gepleegd samen met anderen. De verdachte is als first offender aangemerkt en had geen eerdere veroordelingen.
De bewezenverklaring steunt op bewijsmiddelen die in dit verkorte vonnis niet zijn opgenomen, maar bij hoger beroep zullen worden toegevoegd. De rechtbank kwalificeert het handelen als een overtreding van artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet. De ernst van het feit, de schadelijkheid van cocaïne voor de volksgezondheid en de betrokkenheid bij ernstige criminaliteit zijn zwaarwegende factoren.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van 24 maanden gevorderd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van de auto. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 14 maanden, waarvan 4 maanden onvoorwaardelijk en 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De auto wordt verbeurdverklaard. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de preventieve doelen, met een duidelijke waarschuwing voor toekomstige recidive.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 14 maanden gevangenisstraf, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, en verbeurdverklaring van de auto.