ECLI:NL:RBROT:2024:7098
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijzondere bijstand voor huurschuld wegens onvoldoende onderzoek college
Verzoeker, een AOW-gerechtigde met een klein pensioen, heeft een huurschuld van circa €11.000,- opgebouwd en vroeg bijzondere bijstand aan om deze schuld te voldoen. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees dit verzoek af, omdat bijzondere bijstand in principe niet wordt toegekend voor het aflossen van schulden en er geen dringende redenen waren.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 juli 2024 en constateerde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vraag of verzoeker bij het ontstaan van de schuld of daarna over voldoende inkomsten beschikte. Het college stelde dat verzoeker in 2020 voldoende middelen had, maar verzoeker gaf aan dat de schuld pas in 2021 ontstond en hij al zeven jaar alleen woont.
Hoewel er een deurwaarder is die een procedure tot ontruiming aankondigt, is er nog geen dagvaarding en dus geen zittingsdatum bij de kantonrechter. De voorzieningenrechter oordeelde dat er daarom geen aanleiding is om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoeker werd erop gewezen dat een schuldregeling mogelijk de enige manier is om een ontruiming af te wenden. Het verzoek werd afgewezen, waarbij het oordeel voorlopig is en de rechtbank in een bodemprocedure niet bindt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor een huurschuld wordt afgewezen.