Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , schuldhulpverlener bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Stichting MAIT (hierna: ondersteuning).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een dwangakkoord aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij een betaling van 6,83% van de totale schuldenlast wordt voorgesteld, gefinancierd door een saneringskrediet. Zes van de zeven schuldeisers stemmen in met het akkoord, maar Stellantis weigert mee te werken. Verzoeker ontvangt een Ziektewet-uitkering en is ernstig ziek, waardoor volledige arbeidsverplichting niet haalbaar is.
De rechtbank stelt vast dat het voorstel deskundig is getoetst en goed gedocumenteerd is. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het belang van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder weegt dan dat van Stellantis. Het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen, omdat deze regeling minder oplevert en meer kosten met zich meebrengt.
De rechtbank beveelt Stellantis om in te stemmen met het dwangakkoord en veroordeelt haar in de proceskosten. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en subsidiaire schuldsaneringsregeling afgewezen.