ECLI:NL:RBROT:2024:7132

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 juli 2024
Publicatiedatum
31 juli 2024
Zaaknummer
ROT 24/5196
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen UWV-besluit niet-ontvankelijk wegens te late indiening

De rechtbank Rotterdam heeft op 2 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van het UWV van 11 oktober 2023.

De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 12 oktober 2023 en eindigde op 22 november 2023. Eiser stelde dat hij het beroepschrift op 15 november 2023 per post had verzonden, maar het werd niet ontvangen. Pas op 17 mei 2024 werd het beroepschrift digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.

De rechtbank stelde dat het risico van verzending voor rekening van eiser komt en dat hij geen bewijs heeft geleverd dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Ondanks meerdere verzoeken om nadere informatie en bewijsstukken reageerde eiser niet. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit in stand.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/5196

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2024 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaatsnaam], eiser

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het UWV van 11 oktober 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. [2] Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3] Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post [4] wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. [5] Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen. Als op de envelop een leesbaar poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift op die dag op de post is gedaan. De rechtbank wijkt alleen van dit uitgangspunt af als de indiener van het beroepschrift aannemelijk maakt dat het op een eerdere datum op de post is gedaan. Als op de enveloppe geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, neemt de rechtbank in beginsel aan dat het beroepschrift tijdig op de post is gedaan als het de eerste of tweede werkdag na de beroepstermijn is ontvangen. De rechtbank wijkt alleen van dit laatste uitgangspunt af als op grond van vaststaande feiten aannemelijk is dat het beroepschrift later dan de laatste dag van de termijn op de post is gedaan.
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [6]
Is het beroep te laat ingediend en is het te laat indienen verontschuldigbaar?
4. Vast staat dat het UWV het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 11 oktober 2023 door verzending per post, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 22 november 2023.
4.1.
Eiser voert aan dat hij het beroepschrift op 15 november 2023 per post heeft verstuurd. Na telefonisch contact met de centrale balie van de rechtbank Rotterdam is gebleken dat het beroepschrift niet is ontvangen. Eiser heeft op 17 mei 2024 het beroepschrift digitaal verstuurd.
4.2.
Het beroep is bij de rechtbank ontvangen op 17 mei 2024. Dat is na afloop van de beroepstermijn. Het is niet gebleken dat er door eiser eerder, dan wel tijdig beroep is ingesteld. Eiser heeft dit ook niet met enige bewijsstukken aangetoond. Het risico van verzending komt voor rekening van de verzender. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
4.3.
De rechtbank heeft eiser per brief op 27 mei 2024 en per aangetekende brief op
13 juni 2024 in de gelegenheid gesteld bewijsstukken te overleggen en te laten weten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend. Eiser heeft daar niet op gereageerd.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Laukens, rechter, in aanwezigheid van N. Bilogrević, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Onder gewone post wordt verstaan door PostNL of door ieder ander bij de Autoriteit Consument en Markt geregistreerd postvervoerbedrijf.
5.Dit volgt uit artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.
6.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.