De rechtbank Rotterdam heeft op 2 augustus 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen een besluit van het UWV van 11 oktober 2023.
De rechtbank oordeelde dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 12 oktober 2023 en eindigde op 22 november 2023. Eiser stelde dat hij het beroepschrift op 15 november 2023 per post had verzonden, maar het werd niet ontvangen. Pas op 17 mei 2024 werd het beroepschrift digitaal ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn.
De rechtbank stelde dat het risico van verzending voor rekening van eiser komt en dat hij geen bewijs heeft geleverd dat het beroepschrift tijdig is verzonden. Ondanks meerdere verzoeken om nadere informatie en bewijsstukken reageerde eiser niet. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit in stand.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot het instellen van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.