Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 februari 2024, met bijlagen;
- het antwoord.
Rechtbank Rotterdam
De huurder [gedaagde] huurt sinds 20 augustus 2007 een woning van Stichting Waterweg Wonen. Waterweg Wonen vordert betaling van een huurachterstand en ontbinding van de huurovereenkomst. De huurder betwist de hoogte van de achterstand, maar levert geen bewijs van betalingen.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van de zitting €7.563,12 bedraagt, inclusief de huur van juli 2024. De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro vanwege de langdurige en oplopende achterstand sinds april 2021. Persoonlijke omstandigheden en het feit dat de huurder een minderjarig kind heeft, leiden niet tot het afzien van ontbinding.
De huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen omdat de bepalingen in de huurovereenkomst oneerlijk zijn en afwijken van de wettelijke regeling. De wettelijke rente wordt toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.473,72. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden, huurachterstand en wettelijke rente toegewezen, incassokosten afgewezen, ontruiming binnen veertien dagen bevolen.