Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 januari 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de nadere productie van [eiser] van 24 juni 2024.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurgeschil tussen eiser en gedaagde waarbij gedaagde vanaf mei 2022 een woning huurde. De huurovereenkomst is per 1 juni 2024 beëindigd en de woning is ontruimd. Eiser vordert betaling van een huurachterstand van € 12.900,- inclusief rente en incassokosten. Gedaagde is niet verschenen tijdens de zitting.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en veroordeelt gedaagde tot betaling van het bedrag inclusief wettelijke handelsrente en incassokosten. De gevorderde ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat deze reeds feitelijk zijn gerealiseerd en eiser geen belang meer heeft bij deze vorderingen.
Daarnaast worden de proceskosten aan gedaagde opgelegd, inclusief dagvaardingskosten, griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat het direct kan worden uitgevoerd, ook bij hoger beroep.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met rente en incassokosten; ontbinding en ontruiming worden afgewezen wegens gebrek aan belang.