Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
2.[eiser 2]
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 juni 2024, met producties 1 tot en met 11;
- productie 1 van de bewindvoerder.
2.De beoordeling
135,00
Rechtbank Rotterdam
Eisers, broer en zus en erfgenamen van de verhuurder, vorderen in kort geding betaling van een aanzienlijke huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning die door de huurder wordt bewoond. De huurder heeft een langdurige huurachterstand erkend, die inmiddels is opgelopen tot meer dan €15.000.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand onbetwist is en wijst de vordering tot betaling van de achterstand toe. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen omdat dit niet in kort geding kan worden gevorderd. Ook de ontruiming wordt afgewezen, omdat de huurder een substantieel hoger inkomen heeft gekregen, waardoor hij de huur voortaan kan betalen. De ontruiming wordt gezien als een laatste redmiddel en het is niet gerechtvaardigd om vooruit te lopen op de bodemprocedure.
De kantonrechter benadrukt dat de bewindvoerder scherp moet toezien op tijdige betaling van de huur en energie. De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en de proceskosten, omdat hij pas vlak voor de zitting stukken indiende die de ontruiming afwezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurachterstand wordt toegewezen, maar ontruiming en ontbinding worden afgewezen vanwege het gewijzigde inkomen van de huurder.