Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde tot een bedrag van € 592.205,90;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering;
- een beroepsverbod voor het uitvoeren van het ambt van gemeenteambtenaar voor de periode van 3 jaren, met reclasseringstoezicht op de naleving van het beroepsverbod.
4.Waardering van het bewijs
Daartegenover heeft de gemeente het verdwenen contante geld tot in detail berekend aan de hand van het startsaldo van de kas (kluis en betaalzuil), de contante omzet volgens Key2betalen (waarmee de betalingen in betaalzuil minus betalingen uit betaalzuil werden geadministreerd) en de som van de leveringen van wisselgeld van Brinks aan de ene kant afgezet tegen het eindsaldo van de kas (kluis en betaalzuil) en de som van de afstortingen naar Brinks aan de andere kant. Daarbij is ook door de gemeente onderzocht of het ontstane kastekort mogelijk elders in de bedrijfsvoering van de gemeente zou zijn veroorzaakt, maar dat bleek niet het geval. Daarmee acht de rechtbank aannemelijk dat het door de gemeente in de aangifte berekende bedrag inderdaad is verduisterd.
[naam getuige] heeft ook verklaard dat zij zich van meet af aan volledig heeft gedistantieerd van werkzaamheden in verband met de betaalzuil, dat zij nooit wisselgeld heeft besteld via Cash-Portal, niet eens weet hoe die applicatie werkt en dat de verdachte altijd op dat systeem inlogde.
Dat er bij de bestellingen misbruik is gemaakt van de account van [naam getuige] volgt niet alleen uit het technisch onderzoek en de verklaring van deze getuige, maar ook uit het feit dat veel van die bestellingen zijn gedaan op dagen dat [naam getuige] niet eens (meer) werkzaam was op het stadsdeelkantoor. De verdachte daarentegen was wel op alle dagen dat de bestellingen zijn gedaan op het stadsdeelkantoor aan het werk. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat alle bestellingen, op één na, zijn gedaan via de accounts, waarover de verdachte feitelijk de beschikking had.
Daar komt bij dat de omvang van het bedrag dat gemoeid is met die stortingen, leningen, het hiervoor geschetste uitgavenpatroon, in combinatie met het gegeven dat zij haar partner ook geld direct in handen gaf, de hoogte van het door de aangeefster opgegeven schadebedrag zodanig dicht nadert dat geen reden bestaat om te twijfelen aan het door de gemeente Den Haag berekende schadebedrag alsmede aan het feit dat de verdachte inderdaad voor het hele verdwenen bedrag verantwoordelijk mag worden gehouden. De verklaring van de verdachte dat zij in de tenlastegelegde periode hooguit € 40.000,- uit de kluis zou hebben meegenomen, acht de rechtbank in het licht van het vorenstaande volstrekt onaannemelijk.
5.Strafbaarheid feiten
1.primair
als ambtenaar opzettelijk geld dat zij in haar bediening onder zich had verduisteren, meermalen gepleegd;
2.
medeplegen van gewoontewitwassen.
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
De verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van het feit dat er na het plaatsen van de geldzuil onvoldoende controle was op deze contante geldstroom en heeft ook nu nog nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor de volle omvang van haar handelen. De rechtbank tilt hier zwaar aan. De overheid en de samenleving moeten kunnen vertrouwen op de integriteit van een ambtenaar. De verdachte heeft het in haar, als ambtenaar, gestelde vertrouwen ernstig geschaad. De rechtbank neemt deze overwegingen in strafverzwarende zin mee in haar oordeel.
8.In beslag genomen voorwerpen
9.Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Bijlagen
12.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
bijkomende strafop aan de verdachte:
ontzetting van het recht tot het bekleden van het ambt van gemeenteambtenaarvoor de duur van 2 (twee) jaren;
van € 640.970,12 (zegge: zeshonderdveertig duizend negenhonderdzeventig euro en twaalf cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 12 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de gemeente Den Haag te betalen
€ 640.970,12((hoofdsom,
zegge: zeshonderdveertig duizend negenhonderdzeventig euro en twaalf cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 november 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 640.970,12 niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
360 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;