De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft twee besluiten genomen waarbij zij het verzoek van RGTN Wholesale Netherlands B.V. om mobiele nummers toe te kennen heeft afgewezen. Deze besluiten zijn in bezwaar gehandhaafd, waarna RGTN beroep instelde bij de rechtbank Rotterdam.
De kern van het geschil betreft de uitleg en toepassing van artikel 4.3 lid 2 onder a en e van de Telecommunicatiewet (Tw) en het Uitgiftebeleid mobiele nummers van de ACM. De ACM baseerde haar afwijzing mede op een beleidsregel die de kring van gerechtigden beperkt tot partijen met een directe licentie of overeenkomst met een mobile network operator (MNO) of mobile virtual network enabler (MVNE).
De rechtbank oordeelt dat deze beleidsregel een wetsinterpreterende beleidsregel is die in strijd is met de wet, omdat het vereiste van ingebruikname binnen een jaar niet gelijkgesteld kan worden met de aanvullende voorwaarden uit het Uitgiftebeleid. RGTN heeft aannemelijk gemaakt dat zij de aangevraagde nummers binnen een jaar in gebruik zal nemen, terwijl ACM dit niet effectief heeft weersproken. Ook de door ACM ingeroepen weigeringsgrond dat het voorgenomen gebruik de toekenning niet noodzakelijk maakt, wordt verworpen. De rechtbank vernietigt daarom beide besluiten en beveelt ACM tot heroverweging over te gaan, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan RGTN.