Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij een betaling van circa 2,73% van de totale schuldenlast werd voorgesteld, gebaseerd op zijn Participatiewet-uitkering en een saneringskrediet. Vijftien van de zestien schuldeisers gingen akkoord met dit voorstel, maar Famed B.V. weigerde in te stemmen met het akkoord.
De rechtbank oordeelde dat Famed als schuldeiser in beginsel recht heeft op volledige betaling van haar vordering, maar dat het belang van verzoeker en de overige schuldeisers ook moet worden meegewogen. De rechtbank constateerde dat het aanbod was getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd was, maar dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat verzoeker niet in staat zou zijn om meer af te lossen. Verzoeker had geen bewijs geleverd van arbeidsongeschiktheid of ontheffing van sollicitatieplicht.
Daarom woog het belang van Famed zwaarder dan dat van verzoeker en de overige schuldeisers. Het verzoek tot dwangakkoord werd afgewezen. De rechtbank zal in een aparte beslissing oordelen over het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van arbeidsongeschiktheid en onduidelijkheid over het maximaal haalbare aanbod.