Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam vorderen twee broers betaling van een bedrag van €104.880,- elk, gebaseerd op een overeenkomst met hun broer uit 2013. De gedaagde, vereffenaar en erfgenaam van de nalatenschap, betwist het bestaan van deze overeenkomst en het recht op verrekening.
De rechtbank beoordeelt de bewijslevering, waaronder getuigenverklaringen en een rapport van het Nederlands Forensisch Onderzoeksbureau dat de authenticiteit van de handtekening op de overeenkomst bevestigt. Ondanks enkele inconsistenties in verklaringen, acht de rechtbank het voldoende aannemelijk dat de overeenkomst rechtsgeldig is gesloten en dat verrekening mogelijk is.
De rechtbank wijst de vorderingen toe, veroordeelt de gedaagde tot betaling van de bedragen met wettelijke rente en legt een dwangsom op voor het geval van niet-naleving. Proceskosten worden gecompenseerd gezien de familierelatie. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vorderingen van de broers worden toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €104.880,- aan ieder met rente en dwangsom.