ECLI:NL:RBROT:2024:7249
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor overtreding Wet minimumloon door inhouding huisvestingskosten zonder huurovereenkomst
De rechtbank Rotterdam behandelt het beroep van een restaurant tegen een bestuurlijke boete van €7.500 opgelegd wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De boete is opgelegd omdat eiseres in de periode december 2019 tot en met april 2020 huisvestingskosten inhoudde op het minimumloon van twee werknemers zonder dat er een schriftelijke huurovereenkomst tussen de werknemers en de verhuurder bestond en zonder dat de verhuurder gecertificeerd was.
Eiseres voerde aan dat er wel toestemming was van de werknemers en dat de inhouding binnen het toegestane percentage viel, maar deze argumenten werden verworpen omdat de wettelijke voorwaarden niet waren nageleefd. Daarnaast stelde eiseres dat zij te goeder trouw handelde, niet in staat was de boete te betalen en dat zij dubbel werd beboet omdat zij de bedragen al had terugbetaald.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en dat het beleid inzake boetes proportioneel en rechtmatig werd toegepast. De financiële situatie van eiseres bood geen aanleiding tot matiging van de boete. Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiseres kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €7.500 wegens onrechtmatige inhouding van huisvestingskosten op het minimumloon en verklaart het beroep ongegrond.