In deze zaak vordert eiser schadevergoeding wegens gebrekkig kit- en voegwerk in zijn badkamer, uitgevoerd door gedaagde in 2020. Na een eerste lekkage en herstelwerkzaamheden ontstond in 2023 opnieuw lekkage. Eiser stelt dat de oorzaak ligt in gebrekkig kit- en voegwerk, ondersteund door twee deskundigenrapporten en een e-mail van de voorman die herstel verrichtte.
Gedaagde betwist niet de gebreken, maar voert aan dat de oorzaak de werking van het nieuwbouwhuis is, wat hij niet kon bewijzen. De rechtbank oordeelt dat de lekkage is veroorzaakt door de gebrekkige werkzaamheden van gedaagde. Eiser heeft gedaagde meerdere keren de kans gegeven tot herstel, maar deze heeft dat niet gedaan, waardoor de vordering is omgezet in een schadevergoeding.
De rechtbank wijst de vordering toe en stelt de schade vast op €7.433,11 aan herstelkosten en gevolgschade, plus €502,15 aan kosten van een deskundige. Daarnaast worden buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.