Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1], en
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 maart 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlage;
- de mail van de gemachtigde van Hef Wonen van 24 mei 2024 met specificatie.
Rechtbank Rotterdam
Stichting Hef Wonen verhuurt sinds april 2023 een woning aan twee huurders die een aanzienlijke huurachterstand hebben opgebouwd. Hef Wonen vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstallige huur, gebruiksvergoeding en proceskosten.
De huurders erkennen de achterstand, maar wijzen op betaalde maanden en financiële problemen door faillissement en ziekte. De kantonrechter vernietigt het huurprijswijzigingsbeding in de Algemene Voorwaarden omdat dit een oneerlijke bepaling bevat die een extra huurverhoging van 5% boven inflatie mogelijk maakt, strijdig met EU-richtlijn 93/13.
De rechter bepaalt dat de huurprijs uit 2023 blijft gelden en stelt de huurachterstand vast op bijna € 10.000. De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet tijdige betaling, en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen. Tevens moeten zij vanaf juni 2024 een gebruiksvergoeding betalen tot de ontruiming. De vordering tot incassokosten wordt afgewezen wegens oneerlijke bepaling. De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, gebruiksvergoeding en proceskosten. Het vonnis is direct uitvoerbaar.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, het huurprijswijzigingsbeding vernietigd, en de huurders worden veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding.