Mathbrug verhuurde een bedrijfsruimte aan de vader van de gedaagden, die na zijn overlijden voortgezet werd door de erfgenamen. Door een huurachterstand van meer dan €70.000 eiste Mathbrug betaling van de achterstand, maandelijkse huurtermijnen vanaf maart 2024, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van het gehuurde en vergoeding van rente, incassokosten en proceskosten.
De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand voldoende was toegelicht en onbetwist bleef. De ontbinding van de huurovereenkomst werd toegewezen vanwege de omvang van de achterstand en het feit dat ook een gedaagde instemde met ontbinding. Gedaagden werden veroordeeld tot ontruiming binnen zeven dagen na betekening.
Hoewel Mathbrug hoofdelijke aansprakelijkheid voor betaling van de achterstand en bijkomende kosten vorderde, werd dit afgewezen omdat de huurovereenkomst en de wet (artikel 7:230a BW) geen hoofdelijke aansprakelijkheid voor erfgenamen bepalen. De proceskosten werden wel hoofdelijk toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.