ECLI:NL:RBROT:2024:7498
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugsgerelateerde overtreding Opiumwet
De burgemeester van Rotterdam heeft op 26 juli 2024 besloten om de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten vanwege een overtreding van de Opiumwet. In de woning werden onder meer 8,6 gram heroïne, contant geld en documenten over drugsbewerking aangetroffen. Verzoeker werd in 2024 tweemaal als verdachte aangemerkt in onderzoeken naar (internationale) drugshandel.
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij in zijn woning kon blijven. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 12 augustus 2024 en concludeerde dat er weliswaar sprake was van een spoedeisend belang, maar dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting en dat sluiting noodzakelijk en evenwichtig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoeveelheid drugs alleen niet tot sluiting leidde, maar dat de aanwezigheid van drugshandelgerelateerde attributen, eerdere verdenkingen, een anonieme tip en de ligging van de woning in een kwetsbare wijk de ernst van de situatie onderbouwen. De nadelige gevolgen voor verzoeker, waaronder mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst, zijn door eigen keuzes veroorzaakt en rechtvaardigen geen andere uitkomst.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. De uitspraak is bindend voor het voorlopige karakter en er staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen sluiting van de woning wordt afgewezen.