ECLI:NL:RBROT:2024:7499
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor voorrangsverklaring sociale huurwoning
Verzoekster woont met haar twee minderjarige kinderen in een andere gemeente en reist dagelijks vijf uur naar gemeente Y voor een medische dagbehandeling van haar jongste kind, die sondevoeding nodig heeft vanwege voedselweigering. Zij heeft een aanvraag ingediend voor een voorrangsverklaring op grond van mantelzorg, welke door het college is afgewezen omdat zij niet aan de voorwaarden voldoet.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om als zou zij een voorrangsverklaring bezitten behandeld te worden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en het verzoek afgewezen omdat de beslissing op bezwaar binnen enkele weken wordt verwacht en het verkrijgen van een woning met voorrang gemiddeld zes maanden duurt. Hierdoor zou een voorlopige voorziening geen kortetermijnoplossing bieden.
De voorzieningenrechter adviseert verzoekster alternatieve oplossingen te zoeken, zoals een bijdrage voor overnachtingskosten of tijdelijke opvang bij kennissen. De uitspraak is bindend voor de voorlopige voorziening en sluit hoger beroep uit.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een voorrangsverklaring op een sociale huurwoning wordt afgewezen.