Verzoeker heeft meerdere aanvragen gedaan voor een briefadres nadat hij uit de Basisregistratie Personen was uitgeschreven. Het college wees zijn aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat verzoeker geen woonadres had. Verzoeker verbleef feitelijk bij vrienden, familie en in een tent of auto, zonder inschrijfrecht op die adressen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker een voldoende spoedeisend belang heeft vanwege de gevolgen van het ontbreken van inschrijving, zoals voor de ziektekostenverzekering. Hoewel verzoeker veel tijd doorbrengt op het adres van zijn ex-echtgenote, is dit geen woonadres omdat hij daar niet mag worden ingeschreven.
Gezien het ontbreken van een duidelijk woonadres en de grote belangen van verzoeker, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Het college wordt gelast verzoeker per 22 juli 2024 in te schrijven met een briefadres totdat op bezwaar is beslist. Verzoeker krijgt het griffierecht niet terug vanwege onvoldoende openheid van zaken vooraf.