Op 22 februari 2024 had verdachte via Snapchat contact over de verkoop van meerdere vuurwapens, waaronder pistolen kaliber 7.65mm en 9mm, met een medeverdachte en een derde persoon. Verdachte maakte afspraken over de verkoop, prijs en overdracht van de wapens en bezocht de woning van de medeverdachte om de wapens op te halen.
Bij een ontmoeting op een afgesproken locatie in Rotterdam stapte verdachte in een auto die werd gevolgd en aangehouden, maar er werden geen wapens aangetroffen. De rechtbank oordeelde dat het daadwerkelijke overdragen van de wapens niet bewezen was, maar dat de gedragingen en communicatie samen een strafbare poging tot overdracht vormden.
De verdediging stelde dat verdachte alleen stoer deed in chats en geen intentie had tot daadwerkelijke overdracht, wat door de rechtbank werd verworpen. Medeplegen werd niet bewezen omdat verdachte zelfstandig handelde zonder nauwe samenwerking.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot zes maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de ernst van het feit, eerdere veroordelingen en het belang van algemene preventie tegen vuurwapenhandel.