Op 2 september 2021 ontstond een fysieke confrontatie tussen eiser en gedaagde naar aanleiding van een zakelijk geschil. Gedaagde werd strafrechtelijk veroordeeld voor mishandeling van eiser en tot betaling van een beperkte schadevergoeding. In deze civiele procedure vordert eiser een verklaring voor recht van onrechtmatige daad, volledige schadevergoeding, een voorschot en proceskosten.
De rechtbank stelt vast dat op grond van het onherroepelijke strafvonnis gedaagde aansprakelijk is voor de schade door mishandeling. De vordering tot verklaring voor recht en aansprakelijkheid wordt toegewezen. De omvang van de schade is echter nog niet vast te stellen vanwege het ontbreken van een medische eindtoestand, waardoor een schadestaatprocedure nodig is.
Eiser vordert een voorschot van ruim €67.000,- voor onder meer een nieuwe bril, kleding, medicijnen, gederfd inkomen, proceskosten, beëindigingsvergoeding en smartengeld. De rechtbank wijst deze vordering af omdat eiser onvoldoende bewijs levert voor de meeste posten en het causaal verband met het incident niet is aangetoond. De zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure voor definitieve schadevaststelling.
De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten omdat de vorderingen deels worden toegewezen en deels afgewezen. De rechtbank benadrukt dat de medische rapporten geen duidelijke eindtoestand aangeven en dat de gevolgen van het letsel nog onduidelijk zijn.