ECLI:NL:RBROT:2024:7549
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming convenant en medewerking levering woning na beëindiging relatie
Partijen hadden een affectieve relatie die in juli 2022 eindigde. De gevolgen zijn vastgelegd in een convenant, waarin is bepaald dat de woning gezamenlijk eigendom is en aan eiser wordt toegewezen onder de opschortende voorwaarde dat gedaagde wordt ontslagen uit haar hoofdelijke hypotheekverplichtingen. Eiser heeft de overbedelingsvergoeding van €22.474,44 reeds betaald.
Gedaagde weigert echter mee te werken aan de levering van haar aandeel in de woning, stellende dat de berekeningen in het convenant onjuist zijn en dat zij niet wil dat haar adres in de akte wordt opgenomen. De rechtbank oordeelt dat het convenant geldig is, dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd waarom zij niet moet nakomen, en dat het niet willen opnemen van haar adres geen reden is om niet mee te werken.
De rechtbank veroordeelt gedaagde om binnen een week na betekening van het vonnis mee te werken aan de levering van haar aandeel in de woning aan eiser. Indien zij niet meewerkt, treedt het vonnis in de plaats van haar handtekening. Proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om binnen een week mee te werken aan de levering van haar aandeel in de woning aan eiser, met vervangende werking van het vonnis bij weigering.