ECLI:NL:RBROT:2024:7921
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging Wmo-ondersteuning en woonruimte
Verzoekster ontvangt ondersteuning in natura op grond van de Wmo en verblijft met haar minderjarige dochter in een woonunit gekoppeld aan deze ondersteuning. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft de ondersteuning beëindigd per 4 augustus 2024 vanwege het niet nakomen van afspraken en het veroorzaken van overlast door verzoekster.
Uit het dossier blijkt dat verzoekster meerdere keren haar begeleidingsafspraken niet is nagekomen, overlast heeft veroorzaakt zoals geluidsoverlast, afval en verbale agressie, en betrokken was bij een ernstige escalatie met haar zus waarbij de politie werd ingeschakeld. Ondanks waarschuwingen heeft verzoekster haar gedrag niet aangepast.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit en een voorlopige voorziening gevraagd om het vertrek uit de woonruimte te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er weliswaar sprake is van een spoedeisend belang, maar dat het college bevoegd was de ondersteuning te beëindigen en dit ook in redelijkheid heeft gedaan gezien de belangen van andere bewoners en het zorgaanbod.
Verzoekster en haar dochter komen niet op straat te staan omdat opvang via Centraal Onthaal voor gezinnen beschikbaar is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee het college de ondersteuning mocht beëindigen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de Wmo-ondersteuning en het vertrek uit de woonruimte wordt afgewezen.