Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij een betaling van 68,74% aan de preferente en 34,37% aan de concurrente schuldeisers wordt voorgesteld. Twaalf van de dertien schuldeisers stemden hiermee in, maar Good Hope Healthcare, met een vordering van 48,4% van de totale schuldenlast, weigerde instemming.
De rechtbank beoordeelde of de weigering van Good Hope Healthcare redelijk was, waarbij zij het belang van verzoeker en de overige schuldeisers meeweegt. Verzoeker ontvangt een WW-uitkering en volgt een opleiding tot juni 2025, waarna zijn afloscapaciteit mogelijk zal toenemen. De regeling is gebaseerd op een prognose en een looptijd van 36 maanden, wat gunstiger is dan de wettelijke schuldsaneringsregeling.
De rechtbank concludeerde dat het aanbod het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van Good Hope Healthcare. Daarom werd het verzoek tot dwangakkoord toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.