Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- namens [verzoeker] zijn gemachtigde, de heer [persoon A] (vader), en mevrouw [persoon B] (moeder); en
- de rechter.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Op 26 juni 2024 diende de gemachtigde van verzoeker, tevens zijn vader, een wrakingsverzoek in tegen mr. F. Aukema-Hartog, rechter in de rechtbank Rotterdam, in een civiele zaak tegen Achmea Schadeverzekeringen N.V. De wrakingskamer beoordeelde of de rechter tijdens de mondelinge behandeling op 25 juni 2024 partijdig was of de schijn van partijdigheid heeft gewekt.
De wrakingsgronden betroffen de wijze van vragen stellen door de rechter, waarbij werd gesteld dat zij het gesprek zou hebben gestuurd, en een vermeende negatieve opmerking over de afwezigheid van verzoeker tijdens de mondelinge behandeling. De wrakingskamer concludeerde dat het aan de rechter is om te bepalen welke vragen zij stelt en dat kritische vragen aan beide partijen zijn gesteld. Tevens werd vastgesteld dat de vermeende negatieve opmerking niet in het proces-verbaal staat en dat het vragen naar de afwezigheid gezien het eerdere uitstelverzoek objectief kan zijn.
Daarmee was er geen sprake van partijdigheid of schijn daarvan. De wrakingskamer wees het verzoek tot wraking af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 15 augustus 2024 in het gebouw van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van partijdigheid of schijn daarvan.