ECLI:NL:RBROT:2024:7997

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2024
Publicatiedatum
26 augustus 2024
Zaaknummer
C/10/679624 / HA ZA 24-451
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 110 lid 1 RvArt. 99 lid 1 RvArt. 102 RvArt. 74 lid 1 RvArt. 7 lid 2 Brussel I bis-Vo
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident: verwijzing hoofdzaak naar rechtbank Overijssel locatie Almelo

In deze civiele procedure vordert [bedrijf A] betaling van € 935.701,00 van Label Plus c.s. op grond van onverschuldigde betaling en onrechtmatige daad, met bestuurdersaansprakelijkheid jegens [persoon B]. Label Plus c.s. betwisten de relatieve bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam en stellen dat de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegd is.

De rechtbank beoordeelt het incident op basis van artikel 110 lid 1 Rv Pro en stelt vast dat de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv Pro geldt, waarbij de rechter van de woon- of vestigingsplaats van de gedaagde bevoegd is. De uitzondering voor onrechtmatige daad (artikel 102 Rv Pro) is hier ook aan de orde, maar de plaats van het schadebrengende feit ligt in het arrondissement van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo.

De rechtbank oordeelt dat het opmaken en versturen van de vermeend valse facturen en documenten in Enschede en/of Vriezenveen heeft plaatsgevonden, buiten haar rechtsgebied. Ook de plaats waar de schade is ingetreden kan niet worden aangemerkt als het rechtsgebied van Rotterdam. Daarom verklaart de rechtbank zich relatief onbevoegd.

De proceskosten van het incident worden aan [bedrijf A] opgelegd, die als de in het ongelijk gestelde partij wordt beschouwd. De hoofdzaak wordt verwezen naar de afdeling Kanton en Handel van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, waar partijen de zaak zelf moeten aanhangig maken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de hoofdzaak naar de rechtbank Overijssel, locatie Almelo.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/679624 / HA ZA 24-451
Vonnis in incident van 21 augustus 2024
in de zaak van
[bedrijf A],
statutaire vestigingsplaats: Rotterdam ,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaten mrs. L.R. van Hee en H.T. Flameling te Rotterdam,
tegen

1.LABEL PLUS B.V.,

statutaire vestigingsplaats: Enschede,
2.
[persoon B],
woonplaats: Vriezenveen ,
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. F. Kolkman te Almelo.
De partijen worden hierna [bedrijf A] en Label Plus c.s. genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 15 april 2024, met bijlagen E-1 tot en met E-40;
  • de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring, met bijlage 1;
  • de akte tot referte in het bevoegdheidsincident.

2.De beoordeling in het incident

Wat vordert [bedrijf A] in de hoofdzaak?

2.1.
[bedrijf A] vordert in de hoofdzaak betaling van € 935.701,00 (met rente) door Label Plus c.s. [bedrijf A] baseert deze vordering tegenover Label Plus op onverschuldigde betaling, althans op onrechtmatige daad. Tegenover [persoon B] baseert [bedrijf A] haar vordering op bestuurdersaansprakelijkheid.
Waar gaat het incident over?
2.2.
Label Plus c.s. betwisten dat de Rechtbank Rotterdam bevoegd is om de hoofdzaak te behandelen. Volgens Label Plus c.s. is de rechter van hun woon- en vestigingsplaats, de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegd. Daarom vorderen Label Plus c.s. dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard.
2.3.
[bedrijf A] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De hoofdzaak wordt verwezen naar de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo
2.4.
Label Plus c.s. hebben zich op tijd op de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank beroepen (artikel 110 lid 1 Rv Pro). De rechtbank moet daarom eerst beoordelen of zij relatief bevoegd is om de hoofdzaak te behandelen. Dat is niet het geval; de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo is bevoegd.
2.5.
De hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde(n) bevoegd is om de zaak te behandelen (artikel 99 lid 1 Rv Pro). Op die hoofdregel bestaat een aantal uitzonderingen, dat strikt moet worden uitgelegd. Eén van die uitzonderingen doet zich voor als de vordering in de zaak is gebaseerd op een onrechtmatige daad, zoals in deze zaak bestuurdersaansprakelijkheid. In dat geval is óók de rechter van de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan bevoegd om de zaak te behandelen (artikel 102 Rv Pro). Deze uitzondering is afgeleid van artikel 7 lid 2 Brussel Pro I bis-Vo. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over dat artikel blijkt dat onder het begrip ‘plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan’ niet alleen valt de plaats waar het schade brengende feit zich heeft voorgedaan (of zich kan voordoen), maar ook de plaats waar de schade is ingetreden (ECLI:EU:C:2016:449, overwegingen 25 en 26).
2.6.
Zonder vooruit te lopen op de vraag of [persoon B] daadwerkelijk onrechtmatig heeft gehandeld of [bedrijf A] daadwerkelijk schade heeft geleden, is de rechtbank van oordeel dat de plaats waar het vermeende schade brengende feit zich heeft voorgedaan (het Handlungsort) zich niet in het arrondissement van deze rechtbank bevindt. Het (vermeende) opmaken en versturen van de vermeend valse facturen, pakbonnen met vervalste handtekeningen en vervalste transportdocumenten heeft namelijk plaatsgevonden in Enschede en/of Vriezenveen, aangezien Label Plus daar (statutair) is gevestigd, [persoon B] daar woont en er geen aanwijzingen zijn dat deze handelingen ergens anders hebben plaatsgevonden. Enschede en Vriezenveen zijn niet gelegen in het rechtsgebied van de Rechtbank Rotterdam. Daar komt bij dat, hoewel de gestelde schade van [bedrijf A] in het arrondissement van de Rechtbank Rotterdam wordt geleden, dat bij gebrek aan andere aanknopingspunten, niet kan worden aangemerkt als de plaats waar die schade is ingetreden (het Erfolgsort). De gestelde schade bestaat in deze zaak namelijk uitsluitend in een financieel verlies dat rechtstreeks intreedt op de bankrekening van [bedrijf A] en is het rechtstreekse gevolg van een gestelde onrechtmatige gedraging die zich heeft voorgedaan op een andere plaats (zie ECLI:EU:C:2016:449, overwegingen 38-40 en ECLI:NL:HR:2017:2358, overweging 3.4.1).
2.7.
De conclusie luidt dan ook dat zowel op grond van de hoofdregel van artikel 99 lid 1 Rv Pro, als op grond van de uitzondering van artikel 102 Rv Pro de rechter van de woonplaats van Label Plus c.s. bevoegd is om deze zaak te behandelen. Dat is niet deze rechtbank, omdat Label Plus is gevestigd in Enschede en [persoon B] in Vriezenveen woont. Die plaatsen bevinden zich in het rechtsgebied van de Rechtbank Overijssel. Die rechtbank heeft meerdere zittingslocaties. Aangezien op de zittingslocatie in Enschede alleen kantonzaken worden behandeld en deze zaak geen kantonzaak is, verwijst de rechtbank deze zaak naar de afdeling Kanton en Handel van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo (artikel 110 lid 2 Rv Pro). Partijen moeten de zaak op de voet van artikel 74 lid 1 Rv Pro zelf aanhangig maken bij de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo.
De proceskosten
2.8.
[bedrijf A] heeft te gelden als de in het ongelijk gestelde partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in het incident betalen. Dat [bedrijf A] zich aan het oordeel van de rechtbank heeft gerefereerd, is geen reden om geen proceskostenveroordeling uit te spreken. Als [bedrijf A] de hoofdzaak direct bij de juiste rechtbank was gestart, hadden Label Plus c.s. het bevoegdheidsincident immers niet hoeven opwerpen en hadden zij daar ook geen kosten voor hoeven maken. De proceskosten in het incident van Label Plus c.s. worden begroot op:
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt × tarief II)
- nakosten €
178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 792,00
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.9.
De proceskostenveroordeling wordt, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.De beslissing

De rechtbank:
in het incident
3.1.
wijst de vordering toe;
3.2.
veroordeelt [bedrijf A] in de proceskosten van € 792,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [bedrijf A] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [bedrijf A] € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
3.4.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt voor verdere behandeling en beslissing naar de afdeling Kanton en Handel van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2024.
3349 / 3455