AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vervangende toestemming verkoop en levering pand aan gemeente Rotterdam
Eiser heeft het pand aan een adres in eigendom verkregen na een Islamitische echtscheiding, maar vóór de Nederlandse echtscheiding, waardoor gedaagde mede-eigenaar is volgens Nederlands recht. Eiser wil het pand verkopen en leveren aan de gemeente Rotterdam, maar gedaagde verleent geen toestemming en is onvindbaar in Pakistan.
Na serieuze pogingen om contact te leggen met gedaagde en gezien de dringende termijn voor levering uiterlijk 14 augustus 2024, verzoekt eiser vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 BWPro. Gedaagde verschijnt niet in de procedure, waardoor verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en verleent de vervangende toestemming voor verkoop en levering zonder tussenkomst van gedaagde. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan eiser voor verkoop en levering van het pand aan de gemeente Rotterdam zonder tussenkomst van gedaagde.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/680020 / KG ZA 24-511
Vonnis in kort geding van 26 juni 2024
in de zaak van
[eiser],
wonende te Capelle aan den IJssel,
eiser,
advocaat mr. T.O. Sohansingh te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
zonder bekende woon- en verblijfplaats in Nederland of elders,
gedaagde,
niet verschenen.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 7 juni 2024 met producties
de mondelinge behandeling gehouden op 18 juni 2024
de ter zitting overhandigde kopie van het openbaar exploot in de Staatscourant 2024 nr. 19619 van 13 juni 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.De beoordeling
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek ter zitting werd verleend.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Gegeven is dat het pand aan [adres] door (alleen) eiser in eigendom is verkregen zulks nadat de Islamitische echtscheiding tussen partijen rond was doch vóórdat de Nederlandse echtscheiding een feit was. Daarmee is gedaagde naar Nederlands recht mede-eigenaar van het pand geworden en dient zij toestemming te verlenen voor de aan de orde zijnde verkoop en levering van dit pand aan de gemeente Rotterdam. Ondanks serieuze pogingen van eiser om te achterhalen waar gedaagde (in Pakistan) verblijft en om met haar in contact te treden teneinde de toestemming voor de verkoop en levering van het pand van haar in persoon te verkrijgen, is dit niet gelukt. Mede gelet op de termijn waarbinnen de levering aan de gemeente Rotterdam moet zijn geëffectueerd (uiterlijk op 14 augustus 2024), ligt de vordering thans voor toewijzing gereed.
2.3.
Gelet op de voormalige huwelijkse relatie tussen partijen worden de proceskosten tussen hen gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3.De beslissing
De voorzieningenrechter
3.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
3.2.
bepaalt dat aan eiser vervangende toestemming op grond van artikel 3:300 BWPro wordt verleend om het pand, omvattende een winkel en bovenwoningen met erf, aan [adres], kadastraal bekend [perceel], ingevolge de als productie 4 bij de dagvaarding overgelegde koopovereenkomst, te verkopen en te leveren aan de gemeente Rotterdam, zonder tussenkomst van gedaagde,
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.1734/106