Partijen zijn betrokken bij een geschil over de borgsom na beëindiging van een huurovereenkomst van een woning. Huurders vorderden de terugbetaling van de borg van €3.000, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke kosten, omdat zij stelden dat de woning zonder gebreken was opgeleverd.
De verhuurder stelde zich op het standpunt dat de woning beschadigd en onvoldoende schoon was opgeleverd en verrekende de borg met de schadevergoeding die hij vorderde. De verhuurder eiste in reconventie een bedrag van €5.154,67 als aanvullende schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat een van de huursters niet-ontvankelijk was vanwege bewindvoering. De overige huurder was toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichtingen, waardoor de schadevergoeding van de verhuurder werd toegewezen. De borgsom werd verrekend met de schade, waardoor de vordering tot terugbetaling van de borg werd afgewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de resterende schadevergoeding en proceskosten.