De kinderrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 25 juli 2024 een beschikking gegeven over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarige kinderen, geboren tussen 2012 en 2024. De kinderen zijn uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over hun emotionele en fysieke veiligheid, waaronder vermoedens van kindermishandeling door de moeder, die momenteel in detentie zit.
De procedure betrof twee zaken waarin de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De kinderen verblijven deels in een pleeggezin en deels in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De moeder verzette zich niet tegen de verzoeken, wenste wel dat de kinderen bij elkaar geplaatst worden en erkende haar fouten. De vader van twee kinderen is onderweg naar Nederland om contact te zoeken.
De kinderrechter oordeelde dat de verlenging noodzakelijk is in het belang van de opvoeding en verzorging van de kinderen, gelet op de grote zorgen over hun veiligheid. Voor één kind wordt een trajectmachtiging verleend om mogelijk bij haar broertje en zusje te kunnen verblijven. De machtigingen worden verlengd tot 21 oktober 2024 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.