De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarigen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De minderjarigen verblijven deels in pleegzorg vanwege langdurige spanningen en communicatieproblemen met hun moeder, ondanks inzet van interculturele hulpverlening.
De moeder voert geen verweer tegen het verzoek en erkent dat de kinderen momenteel niet thuis kunnen wonen. De kinderen ervaren spanningen en wantrouwen binnen het gezin, mede beïnvloed door de vader die zich op afstand bevindt. De moeder en kinderen hebben moeite met het herstellen van hun onderlinge relatie.
De kinderrechter heeft tijdens een mondelinge behandeling met gesloten deuren met alle betrokkenen gesproken, waarbij ook een beëdigde tolk in de taal Tigrinya aanwezig was. Gelet op de feiten en de noodzaak tot bescherming van de minderjarigen, is besloten de machtiging tot uithuisplaatsing voor beide kinderen te verlengen tot 15 december 2024, met de nadruk op het inzetten van hulpverlening gericht op contactherstel en communicatieverbetering.