ECLI:NL:RBROT:2024:8205
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van benedenwoning in Rotterdam
Eiser, eigenaar van een benedenwoning in Rotterdam, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €276.000,- per 1 januari 2021. Hij stelde dat de heffingsambtenaar niet alle gegevens inzake correcties had verstrekt en dat de vergelijkingsobjecten niet passend waren, waardoor de waarde te hoog zou zijn vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ niet had geschonden omdat de gebruikte correcties en gegevens al bekend waren bij eiser vanwege eerdere procedures. Daarnaast vond de rechtbank dat de gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar waren qua type, ligging en bouwjaar, en dat de waardering op basis van systematische vergelijking correct was toegepast.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter N. Boonstra op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €276.000,- blijft gehandhaafd.