ECLI:NL:RBROT:2024:8206
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardebeschikking niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardebeschikking van een woning, waarbij de waarde was vastgesteld op €152.000,- per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Tijdens de procedure heeft de heffingsambtenaar echter de waarde nader vastgesteld op €175.000,-, het bedrag dat eiser bepleitte.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, aangezien de procedure geen gunstiger resultaat voor eiser kan opleveren. Omdat de heffingsambtenaar pas na het instellen van het beroep aan eiser tegemoet is gekomen, moet hij het griffierecht en de proceskosten van eiser vergoeden.
De proceskostenvergoeding is berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij de proceshandelingen in bezwaar en beroep zijn gewaardeerd. De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke beoordeling en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €2.123,- aan proceskosten en €50,- griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardebeschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; de heffingsambtenaar moet griffierecht en proceskosten vergoeden.