ECLI:NL:RBROT:2024:8215
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige onderverhuur
Erasmus GP, eigenaar van een woonhuis in Rotterdam, vordert in kort geding ontruiming van de huurder wegens vermeende onrechtmatige onderverhuur zonder toestemming. De huurovereenkomst verbiedt onderverhuur zonder toestemming van de verhuurder. Erasmus baseert haar vordering op een inspectierapport van de gemeente Rotterdam en een last onder dwangsom wegens overtreding van de Huisvestingswet.
De huurder betwist de vordering en overlegt een andere versie van de huurovereenkomst waarin expliciet toestemming voor onderverhuur is opgenomen. Hij ontkent de versie van Erasmus te hebben ondertekend en toont een exemplaar met natte handtekeningen. Erasmus heeft geen navraag gedaan bij de oorspronkelijke verhuurder die de huurovereenkomst sloot, waardoor authenticiteit niet is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat in kort geding onvoldoende is komen vast te staan dat de huurder zonder toestemming onderverhuurt. Daarnaast is de woning verdeeld in zelfstandige eenheden met verschillende bewoners, mogelijk onderhuurders die bescherming genieten onder artikel 7:269 BW Pro. Deze onderhuurders zijn niet betrokken in de procedure, waardoor hun belangen niet kunnen worden gewaarborgd.
Gelet op deze omstandigheden wijst de rechtbank de vordering tot ontruiming af en veroordeelt Erasmus in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige onderverhuur en bescherming van onderhuurders.