Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. A. Dingemanse, rechter in bestuurszaken, met betrekking tot twee hoofdzaken die verzoeken tot herziening betroffen van een uitspraak van 8 juni 2022.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van een rechter te waarborgen zolang deze nog bij de behandeling van een zaak betrokken is. Omdat de rechter op 18 juli 2024 een einduitspraak in de hoofdzaken had gedaan, was de behandeling van die zaken beëindigd.
Het wrakingsverzoek werd pas op 29 juli 2024 ontvangen, nadat de rechter de zaken had afgerond. Hierdoor was het doel van wraking niet meer te bereiken en werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing werd op 29 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken en is niet aan beroep onderhevig.