De rechtbank Rotterdam heeft op 3 september 2024 ambtshalve twee bijzondere curatoren benoemd voor een minderjarige die verblijft in een residentiële setting. Dit volgt op een verzoek van de voogd, die vanwege een lopende strafzaak tegen de voormalige pleegouders en diverse inspectieonderzoeken een bijzondere curator wilde laten benoemen om de belangen van de minderjarige te behartigen.
De rechtbank overwoog dat er sprake is van een mogelijke belangenstrijd tussen de voogd en de minderjarige vanwege de ernst van de verdenkingen, de maatschappelijke onrust en de lopende onderzoeken van onder meer de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Onderwijsinspectie. Gezien de complexiteit en impact van de zaak koos de rechtbank voor een duo-benoeming van bijzondere curatoren.
De bijzondere curatoren zijn bevoegd om de minderjarige zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen, met name in de strafprocedure tegen de voormalige pleegouders. Zij zullen beoordelen of het in het belang van de minderjarige is om een vordering tot schadevergoeding in te dienen en hoe deze vormgegeven moet worden. De benoeming geldt voor de duur van één jaar, met een rapportageverplichting zes weken voor afloop van de termijn.
De beschikking is openbaar uitgesproken door kinderrechter K.J. van den Herik en griffier L.N. van Geest. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na dagtekening van de uitspraak.