De vrouw en man zijn gescheiden en woonden samen met hun vier minderjarige kinderen in de echtelijke woning. De vrouw vorderde een straat- en contactverbod tegen de man wegens vermeende mishandeling en confrontaties. De voorzieningenrechter wees deze vorderingen in verstek toe op 26 juni 2024.
De man kwam in verzet en betwistte de mishandeling en het stalken. Hij stelde dat de vrouw op 1 september 2024 naar een ander, geheim adres verhuist, waardoor een straatverbod niet langer nodig is. Tijdens de behandeling trok de vrouw haar vordering tot straatverbod in.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende feiten had gesteld om een contactverbod te rechtvaardigen, mede gezien het belang van omgang met de kinderen en het contact tussen partijen over de omgangsregeling. Het verstekvonnis werd vernietigd en de resterende vorderingen afgewezen. Iedere partij draagt haar eigen proceskosten.