ECLI:NL:RBROT:2024:861

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
15 februari 2024
Publicatiedatum
12 februari 2024
Zaaknummer
ROT 23/5519
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbWet open overheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij niet betalen griffierecht

De rechtbank Rotterdam heeft op 15 februari 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen door het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid.

Eiser had verzocht om ontheffing van het griffierecht vanwege betalingsonmacht, maar heeft het griffierecht niet voldaan. De rechtbank oordeelde dat eiser misbruik maakt van recht door zijn vele verzoeken en procedures, wat eerder ook door de bestuursrechter werd vastgesteld. Hierdoor is eiser in verzuim en moet het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank zag geen aanleiding om af te wijken van eerdere uitspraken over het misbruik van recht door eiser. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro en is verzonden aan partijen. Partijen kunnen binnen zes weken verzet instellen tegen deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht door niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/5519

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2024 in de zaak tussen

[Naam], uit [Plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn verzoek op basis van de Wet open overheid van 6 maart 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht en daarom verzocht te worden ontheven van de verplichting om het verschuldigde griffierecht te voldoen. Eiser heeft het griffierecht niet voldaan.
3. De rechtbank is van oordeel dat eiser misbruik maakt van recht en dat hij daarom geen aanspraak kan maken op ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen. Door geen griffierecht te voldoen is hij in verzuim als bedoeld in artikel 8:41, zesde lid, van de Awb. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking. Veelvuldig heeft de bestuursrechter geoordeeld dat eiser misbruik maakt van recht met zijn vele verzoeken en procedures (recentelijk nog ECLI:NL:RVS:2023:4063). De rechtbank ziet geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.B.J. van Elden, rechter, in aanwezigheid van
L.M. Arkenbout, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.