ECLI:NL:RBROT:2024:8732

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
20 september 2024
Publicatiedatum
9 september 2024
Zaaknummer
11051205 CV EXPL 24-10277
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:225 BWArt. 7:248 BWArt. 6:119 BWArt. 233 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering huurachterstand met betalingsregeling en voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst

De zaak betreft een geschil tussen Stichting Hef Wonen en de bewindvoerder van een huurder over een huurachterstand van €7.184,55 inclusief rente en kosten. De huurder staat sinds 23 mei 2024 onder bewind, waardoor de bewindvoerder formeel partij is in de procedure.

De huurder verhuurt sinds 2014 een woning in Rotterdam met een maandhuur van €625,16. Hef Wonen vordert betaling van de achterstand en beëindiging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling. Tijdens de zitting is een betalingsregeling getroffen waarbij de bewindvoerder maandelijks €100,- aflost en de lopende huur tijdig betaalt.

De kantonrechter oordeelt dat zolang de bewindvoerder zich aan deze regeling houdt, betaling in termijnen is toegestaan. Bij niet-naleving volgt onmiddellijke opeisbaarheid van de volledige schuld met wettelijke rente, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen. Tot de ontruiming is een gebruiksvergoeding van €625,16 per maand verschuldigd.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor Hef Wonen direct kan overgaan tot uitvoering, ook bij hoger beroep. Hiermee wordt de vordering van Hef Wonen volledig toegewezen onder de gestelde voorwaarden.

Uitkomst: De bewindvoerder wordt veroordeeld tot betaling van de huurachterstand met een betalingsregeling en bij wanbetaling volgt ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11051205 CV EXPL 24-10277
datum uitspraak: 20 september 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Hef Wonen,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[bewindvoerder] , t.h.o.d.n. [handelsnaam],
vestigingsplaats: Rotterdam,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [gedaagde] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. D.A. IJpelaar.
De partijen worden hierna ‘Hef Wonen’ en ‘de bewindvoerder’ genoemd. [gedaagde] wordt hierna ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 10 april 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de nadere productie van Hef Wonen van 15 augustus 2024.
1.2.
Op 20 augustus 2024 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig:
  • mr. M. Spruit namens de gemachtigde van Hef Wonen;
  • [persoon A] namens de bewindvoerder;
  • [gedaagde] ;
  • mr. J. Pearson namens de gemachtigde van de bewindvoerder.

2.De beoordeling

Bewindvoerder per 23 mei 2024
2.1.
Met ingang van 23 mei 2024 is [bewindvoerder] , t.h.o.d.n. [handelsnaam] benoemd als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [gedaagde] . Dit betekent dat vanaf deze datum [bewindvoerder] , t.h.o.d.n. [handelsnaam] wordt aangemerkt als formele procespartij in deze zaak. Dit vonnis wordt dan ook gewezen tegen haar.
Waar gaat de zaak over?
2.2.
[gedaagde] huurt sinds 2 april 2014 de woning aan de [adres] in Rotterdam van Hef Wonen. De huur is nu € 625,16 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Hef Wonen wil dat de bewindvoerder de huurachterstand met bijkomende kosten en de lopende huur betaalt. Hef Wonen wil ook dat de huurovereenkomst eindigt en dat [gedaagde] vertrekt uit de woning. De bewindvoerder moet de huurachterstand met bijkomende kosten en de lopende huur inderdaad betalen. Voor de achterstand is een betalingsregeling afgesproken. Als de bewindvoerder zich niet houdt aan die regeling of vanaf nu tijdens de aflosperiode de huur weer niet op tijd betaalt, eindigt de huurovereenkomst en moet [gedaagde] de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarop deze beslissing is gebaseerd.
De totale schuld bedraagt € 7.184,55
2.3.
De partijen zijn het erover eens dat de schuld van [gedaagde] aan Hef Wonen op het moment van de zitting € 7.184,55 was. Dit bedrag is gebaseerd op de huur tot en met de maand augustus 2024 met rente en kosten. De bewindvoerder wordt veroordeeld om dit bedrag aan Hef Wonen te betalen.
Betalingsregeling
2.4.
De partijen hebben op de zitting een betalingsregeling afgesproken. Dat betekent dat zolang de bewindvoerder zich aan de betalingsregeling houdt, zij de huurachterstand met rente en kosten niet in één keer aan Hef Wonen hoeft te betalen.
(Voorwaardelijke) ontbinding huurovereenkomst en ontruiming van de woning
2.5.
De kantonrechter mag een huurovereenkomst alleen ontbinden als de huurachterstand ernstig genoeg is. Meestal zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet rekening houden met alle omstandigheden. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. [1] Gelet op alle omstandigheden in deze zaak wordt de gevraagde ontbinding toegewezen als de bewindvoerder zich niet houdt aan de betalingsregeling of tijdens de aflosperiode de huur niet op tijd betaalt. De bewindvoerder moet dan ook rente betalen over het totale bedrag dat op dat moment open staat.
2.6.
Als de huurovereenkomst eindigt, moet [gedaagde] de woning met al haar spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen na de ontbinding. Tot en met de dag van de ontruiming moet de bewindvoerder dan een gebruiksvergoeding van € 625,16 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Hef Wonen dat eist en de bewindvoerder daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de bewindvoerder om aan Hef Wonen € 7.184,55 te betalen;
3.2.
bepaalt dat Hef Wonen het hiervoor genoemde bedrag niet kan opeisen zolang de bewindvoerder vanaf 1 oktober 2024 elke maand voor de eerste dag van de maand € 100,- aflost en daarnaast vanaf vandaag de huur iedere maand op tijd betaalt;
en, als de bewindvoerder een maandelijkse aflossingstermijn of de huur tijdens de aflosperiode niet of te laat betaalt:
3.3.
bepaalt dat de bewindvoerder het bedrag dat op dat moment open staat direct in één keer aan Hef Wonen moet betalen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf dat moment tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
ontbindt de huurovereenkomst tussen Hef Wonen en [gedaagde] met ingang van de dag nadat de bewindvoerder de maandelijkse termijn of de huur tijdens de aflosperiode niet op tijd heeft betaald en veroordeelt [gedaagde] als feitelijke bewoonster van de woning om binnen veertien dagen na die datum de woning aan de [adres] in Rotterdam te ontruimen en de sleutels bij Hef Wonen in te leveren;
3.5.
veroordeelt de bewindvoerder om aan Hef Wonen te betalen € 625,16 per maand, althans het periodieke bedrag dat naar wettelijke bepalingen als huurprijs geldt voor het gehuurde, met ingang van de maand waarin de huurovereenkomst is ontbonden tot en met de maand waarin de woning is ontruimd;
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Vroom en in het openbaar uitgesproken.
53954

Voetnoten

1.Hoge Raad 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810