Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[verzoekster 1] ,
[verzoekster 2],
[verzoekster 3],
Rechtbank Rotterdam
Op 21 mei 2024 dienden verzoeksters een verzoek in bij de rechtbank Rotterdam om een vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van hun overleden broer, die op [overlijdensdatum] in Rotterdam overleed. De nalatenschap wordt niet beheerd door een executeur en een van de erfgenamen, de broer [persoon A], weigert zich uit te spreken over aanvaarding of verwerping van de nalatenschap, waardoor afwikkeling wordt belemmerd.
De rechtbank stelde verzoeksters aan als belanghebbenden en constateerde dat de nalatenschap geheel of ten dele onbeheerd is, zoals bedoeld in artikel 4:204 lid 1 onder Pro a BW. Ondanks een verzoek aan [persoon A] om verweer te voeren, bleef reactie uit, wat de rechtbank interpreteert als geen bezwaar tegen de benoeming.
De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt de heer [persoon B], zoon van een van de verzoeksters en boedelgevolmachtigde in een verwante nalatenschap, tot vereffenaar. De benoeming wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de vereffenaar wordt opgedragen dit bekend te maken in de Staatscourant. Tevens wordt de griffier verzocht de inschrijving in het boedelregister te verzorgen en de kantonrechter te informeren.
Deze beschikking werd op 5 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken door rechter C. van Steenderen-Koornneef.
Uitkomst: De rechtbank benoemt de heer [persoon B] tot vereffenaar van de nalatenschap en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.