Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 september 2024 in de zaak tussen
[naam verzoeker] , uit Rotterdam, verzoeker
de burgemeester van Rotterdam
Stichting Woonstad Rotterdamuit Rotterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De burgemeester van Rotterdam heeft op 22 augustus 2024 besloten de woning van verzoeker voor drie maanden te sluiten wegens een overtreding van de Opiumwet. Dit besluit is genomen na een bestuurlijke rapportage van de politie waarin is vastgesteld dat er sprake is van drugshandel vanuit de woning, onder meer doordat bij bezoekers blauwe wikkels met vermoedelijk cocaïne/crack zijn aangetroffen en in de woning folie met dezelfde kleur is gevonden.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de sluiting en een voorlopige voorziening gevraagd om in de woning te mogen blijven tot een definitieve beslissing. De voorzieningenrechter heeft op 5 september 2024 de zaak behandeld en het verzoek afgewezen. De rechter oordeelde dat het spoedeisend belang voldoende was, dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat de feiten en omstandigheden, waaronder verklaringen van bezoekers en vondsten in de woning, drugshandel aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter vond dat de ernst van de situatie en de ligging van de woning in een kwetsbare wijk de sluiting noodzakelijk maken ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Hoewel de gevolgen voor verzoeker groot zijn, waaronder mogelijke ontbinding van de huurovereenkomst, achtte de rechter de sluiting niet onevenwichtig gezien de verantwoordelijkheid van verzoeker voor de situatie.
De uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en er staat geen hoger beroep open. De woning mag worden gesloten voor drie maanden en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.