Op 28 april 2024 had de verdachte een geladen pistool van het merk Glock 48 met bijbehorende munitie verborgen in een auto in het uitgaanscentrum van Rotterdam. Na een ruzie met een groep mannen haalde hij het vuurwapen uit de auto en liep ermee rond, op zoek naar de betrokkenen. Een getuige zag de verdachte het wapen doorladen. De verdachte bekende het bezit van het vuurwapen.
De medeverdachte, de tweelingbroer van de verdachte, werd vrijgesproken van medeplegen omdat niet kon worden vastgesteld dat hij bewust was van het vuurwapen. Camerabeelden lieten niet zien wat er in de auto gebeurde en de afstand tussen verdachte en medeverdachte maakte het onwaarschijnlijk dat de medeverdachte het wapen zag.
De rechtbank oordeelde dat het bezit van het vuurwapen ernstig is, vooral gezien de combinatie met alcohol en boosheid in een druk uitgaanscentrum. Gezien de ernst van het feit, eerdere veroordelingen van de verdachte en de omstandigheden, werd een gevangenisstraf van 9 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De straf is conform de eis van de officier van justitie.